Vanaf inkomstenjaar 2026 veranderen de spelregels voor de minimale bezoldiging van bedrijfsleiders in België. Deze wijzigingen zijn het resultaat van een recent goedgekeurd wetsontwerp dat de personenbelasting hervormt.
We duiken dieper in de twee belangrijkste wijzigingen: de verhoging van het minimumbedrag en de beperking van forfaitaire voordelen van alle aard (VVA).
Verhoging van het minimumbedrag
Bedrijfsleiders, opgelet! Om te blijven profiteren van het verlaagde vennootschapsbelastingtarief van 20% op de eerste schijf van 100.000 euro winst, moet de minimale bezoldiging die een vennootschap aan minstens één bedrijfsleider toekent, stijgen van 45.000 euro naar 50.000 euro. Maar dat is nog niet alles: door indexatie komt dit bedrag voor inkomstenjaar 2026 uit op 51.000 euro.
Uitzonderingen:
- Winst is lager dan 51.000 euro: Als het belastbare resultaat van je vennootschap lager is dan 51.000 euro, dan volstaat het dat je een bezoldiging toekent die minimaal gelijk is aan dit belastbare resultaat.
- Starters: Nieuwe vennootschappen zijn tijdens hun eerste vier boekjaren vrijgesteld van deze verplichting rond de minimumbezoldiging. Had je voor de start van je vennootschap een eenmanszaak met dezelfde activiteit? Dan wordt gekeken naar de startdatum van je eenmanszaak.
Wat telt mee?
Zowel cash bezoldigingen (brutoloon, tantièmes) als belastbare voordelen alle aard (zoals een bedrijfswagen, sociale bijdragen, VAPZ, telefonie,…) tellen mee in het totaalbedrag.
Beperking van forfaitaire voordelen van alle aard (VVA)
Een andere belangrijke wijziging is de beperking van de forfaitaire VVA binnen de bedrijfsleidersbezoldiging.
Vanaf 2027 mogen deze voordelen voor maximaal 20% van de bezoldiging uitmaken.
Voorbeelden van forfaitaire voordelen alle aard zijn: bedrijfswagen voor privé-gebruik, PC, tablet, internetaansluiting, gsm + abonnement. Niet-forfaitaire voordelen alle aard zijn bijvoorbeeld sociale bijdragen en VAPZ.
Overschrijdt men deze 20%, dan verliest de vennootschap het recht op het verlaagde belastingtarief en val je onder het normale tarief van 25%. Belangrijk om te weten is dat deze regel op groepsniveau wordt getoetst, dus over alle bedrijfsleiders samen binnen een vennootschap.







