De belasting op vestigingen is een lokale belasting die sommige gemeenten jaarlijks aanrekenen aan ondernemingen met een vestiging of uitbatingsplaats op hun grondgebied. In veel gevallen wordt het bedrag berekend op basis van de oppervlakte van de bedrijfsruimte die je gebruikt, bijvoorbeeld een kantoor van 93 m².
Hoe die oppervlakte precies wordt geïnterpreteerd en welk tarief geldt, hangt af van het gemeentelijk reglement: soms is er een minimumbedrag, soms wordt gewerkt met schijven of met een specifieke definitie van “oppervlakte”.
Â
Waarom heb je deze brief ontvangen?
Meestal is het simpel: de gemeente ziet jouw onderneming als belastingplichtig omdat je een vestiging hebt binnen de gemeentegrenzen. Je kan zo’n aanslag ook krijgen wanneer er geen aangifte werd ingediend of wanneer die te laat werd bezorgd. In dat geval kan de gemeente de belasting ambtshalve vaststellen, wat inhoudt dat ze de belasting zelf berekenen zonder jouw input. Dat kan leiden tot een (te) hoge of fout ingeschatte oppervlakte, zeker wanneer de informatie verouderd of onvolledig is.
Â
Situaties die vaak voor fouten of verwarring zorgen
De meeste discussies ontstaan wanneer de realiteit niet netjes in één vakje past. Denk aan coworking of gedeelde kantoorruimtes: wordt enkel jouw privatieve ruimte bekeken, of speelt de gedeelde oppervlakte ook mee?
Ook het type ruimte kan een rol spelen, omdat sommige gemeenten anders omgaan met kantoorruimte dan met magazijn, atelier of opslag. Daarnaast zorgt leegstand of beperkt gebruik soms voor vragen, omdat je in bepaalde situaties belastbaar blijft zolang de vestiging administratief bestaat of de ruimte nog ter beschikking staat.
Tot slot is er de administratieve kant: als in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) nog een oud adres of vestigingseenheid staat na een verhuis, inkrimping of stopzetting, kan de aanslag gebaseerd zijn op gegevens die niet meer kloppen. Heb je meerdere vestigingen, dan kan je ook meerdere aanslagen ontvangen, omdat de belasting vaak per vestiging wordt bekeken.
Wat doe je als je deze brief krijgt?
Start met een snelle check van het aanslagbiljet: adres, aanslagjaar, gebruikte oppervlakte, tarief en de eventuele reden van een verhoging. Als iets niet klopt, verzamel dan meteen de meest concrete bewijsstukken, zoals een huurcontract met m², een plan/opmeting of documenten die een verhuis of stopzetting aantonen.
Neem daarna contact op met de gemeente om te vragen waarop hun berekening is gebaseerd en bezorg de juiste gegevens. Wanneer er een verhoging is door een ontbrekende of laattijdige aangifte, kan het nuttig zijn om je situatie kort toe te lichten en te vragen of een vermindering of kwijtschelding mogelijk is, afhankelijk van het gemeentelijk beleid.
Hoe voorkom je dit in de toekomst?
Voorkomen is hier echt goedkoper dan genezen: dien aangiftes tijdig in zodra de gemeente erom vraagt, ook als er niets gewijzigd lijkt.
Houd je KBO-gegevens up-to-date bij verhuis, stopzetting of wijzigingen aan vestigingseenheden, en bewaar je documenten rond oppervlakte en ruimtegebruik op één vaste plek. Zo kan je snel reageren als de gemeente met andere cijfers werkt en vermijd je onnodige extra kosten.

